Doel

Het NSFC stelt zich tot doel het perspectief voor duurzame visserij te verbeteren door middel van het ontwikkelen, introduceren en bewaken van een duurzame standaard voor Noordzee vis (in eerste instantie schol), ter vergroting van het rendement voor de gehele visserijketen.

 
 
Dit project wordt mede gefinancierd door het Europees Visserij Fonds (EVF) en het Ministerie van LNV.
 
 

AMSTERDAM - Het broodje kaas en de kroket krijgen er een concurrent bij. Vandaag is de scholburger geïntroduceerd. Een burger gemaakt van 100% Noordzeeschol die de klanten van bedrijfsrestaurants aan de vis moet krijgen.

Op donderdag 9 februari lanceert het North Sea Fish Center (NSFC) een noviteit in het visassortiment: de scholburger. De scholburger gaat in bedrijfsrestaurants in Nederland een positieve stimulans geven aan de visconsumptie en daarmee ook aan gezonde voeding. Wij nodigen u van harte uit tijdens een perslunch op de Amsterdamse Zuid As met de scholburger en het verhaal erachter kennis te maken.

<p><img src="/images/stories/scholpersreis11.jpg" border="0" width="450" height="300" style="float: left;" />URK – Met schol kan alles. Ook culinair. Vijf Europese topkoks bewezen het vorige week vrijdag in de keuken van De Boet, het gloednieuwe restaurant op de Urker haven dat mede met steun uit het Europees Visserijfonds is gebouwd.</p>

<hr id="system-readmore" />

<p>De koks kwamen samen met een internationaal persgezelschap vorige week op uitnodiging van het Nederlands Visbureau en het North Sea Fish Center naar Urk voor een schol-tour. De verhalen moeten de vraag naar Noordzeeschol in Italië, Duits-land en Frankrijk aanjagen. Dat is nodig, niet alleen om de markt te verbeteren, maar ook om nieuwe kopers te vinden voor een stijgend aanbod. De scholstand is immers tot recordhoogte gestegen en volgend jaar gaat de TAC weer met 15 procent omhoog.</p>

<p>Om een beetje in de stemming te komen was er donderdagavond een welkomstdiner in De Boet. En omdat er vrijdag vijf gangen met schol gepland staan, wordt er nu van andere vis geproefd: zalm- en mosselhapjes, zeeduivel en als hoofdgerecht kabeljauw. De kabeljauw is die morgen door de UK 22 aangevoerd op de Urker visafslag. Eergister gevangen in de Noorse Zone. Is dat wel verantwoord: kabeljauw in de keuken?, zo wordt er gevraagd. Natuurlijk. Met potlood en pen en papier legt Albert Romkes van Neerlandia de tafelgasten uit hoe het zit met de flyshootvisserij en kabeljauw.</p>

<p>Fhilip Maas van de Neue Fakten Hotelintern heeft zo z´n bedenkingen bij de scholpromotie. Wat hem betreft had beter tong in de picture gezet kunnen worden. ,,Das glaubt du doch nicht, schollen in das hotel!´´, zegt Maas. Hij vertelt dat Duitse koks best wel eens schol in de keuken hebben, maar niet op de kaart. Alleen voor het personeel... Dat moet dus veranderen als het aan het Visbureau en het NSFC ligt. Maas zal er de volgende dag anders over moeten denken.</p>

<p>Vrijdagmorgen begint bij Neerlandia, een voorbeeldbedrijf voor Urk. Directeur Albert Romkes doet het welkomstwoord. Volgend jaar bestaat het bedrijf veertig jaar. Neerlandia koopt jaarlijks zo´n 8.000 ton vis in, waarvan 5.000 ton Noordzeeschol. Grote en kleine schol wordt met de hand gefileerd. Het is een internationaal gezelschap. Twintig procent van het 150 mensen grote personeelsbestand van Neerlandia is van buitenlandse origine, vooral Pools en Marokkaans. Schol op de vriesband wordt in een paar minuten koud gemaakt. De pleuronectes platessa wordt ingepakt voor de Italiaanse markt, samen met de Britse de belangrijkse afzetkanalen voor Neerlandia.</p>

<p>Projectmanager Thomas Plakké van het North Sea Fish Center is net terug uit Italië voor onderhandelingen in Milaan met retailers voor een pilot met Noordzeeschol met het NSFC-logo voor ´Fair Catch, Great Taste´. Nu geeft hij de Italiaanse en andere pers nader uitleg over pure Noordzeeschol. Wat is het verschil met ecolabels?, is de vraag aan Plakké. Antwoord: NSFC combineert als enige label kwaliteit met duurzaamheid. In Nederland wordt een pilot opgestart met een fishburger van pure schol voor de foodservice. De eerste zending is bij producent NorthSeafood van de band gerold en kon worden geproefd.</p>

<p><img src="/images/stories/scholpersreis22.jpg" border="0" width="450" height="299" style="float: left;" />De Italiaanse markt heeft zich tot nu toe afzijdig gehouden van het MSC-ecolabel. Maar dat gaat veranderen. Duurzaamheid is ook daar een issue, zo ervaart de Urker handel. Inger Wilms van het Productschap Vis kan melden dat de Nederlandse vloot van twinriggers, outriggers en flyshooters hard op weg is om komend voorjaar MSC-gecertificeerd te zijn voor hun scholvisserij. ‘Is er verschil tussen gecertificeerde en ongecertificeerde schol?’, is de vraag aan Nathalie Steins van het Marine Stewardship Council. Naar haar overtuiging wel. Dat verschil zit niet in de kwaliteit, maar in de aanvullende maatregelen met het oog op behoud van het ecosysteem. Op de vraag of de pulsvisserij ook kans van slagen heeft in een MSC-traject, antwoordt Steins dat de mindere bijvangst van benthos en discards zeker een voordeel zijn. Albert Romkes van Neerlandia bindt het gezelschap tot slot op het hart de als ´problemen´ bekend staande aandachtspunten in de (bodem)visserij niet groter te maken dan ze zijn. De Nederlandse boomkorvloot is bijvoorbeeld gereduceerd tot minder dan honderd eenheden. ,,De visserman vernietigt de Noordzee niet. Cijfers spreken boekdelen.´´</p>

<p>Op de visafslag verzorgt Teun Visser twee rondleidingen. Het is een topdag voor de afslag met dik 14.000 kisten vis, waarvan ruim 9.575 kisten schol. Een dag eerder – donderdag – waren er ook al 4.025 kisten schol. Daar moeten allemaal kopers voor gezocht worden. Vissers in de hal houden de veilingklok gespannen in de gaten. Een knoert van een zeewolf van de Z 60 trekt de aandacht van de media. Samen met Nathalie Steins gaat Rudolf Kleijn na het bezoek van de afslag nog even langs bij Cees de Boer van de Osprey Group. Kleijn schrijft een scholreportage voor de nieuwe uitgave van het Nederlandstalige Jamie Magazine, het magazine van het Britse kookfenomeen Jamie Oliver. Osprey en hun neven van de Ekofish Group timmeren aan de weg. De Ekofish Groep organiseert bijvoorbeeld zelf perstrips voor de Duitse media.</p>

<p>Hele schol en scholfilet van Neerlandia verhuizen intussen naar De Boet, waar de chefkoks zich klaar maken voor een zogeheten jamsessie. Chefkok Cees Kramer heeft als voorafje een terrine van gerookte schol gemaakt. De schol is speciaal gerookt door de Jongens van de Fant. De collega´s Massimo Spallino (recent gaf hij op de Italiaanse televisie een demonstratie over scholbereiding) en Fabrizio Barontini uit Italië, Stephen John Bennet uit Duitsland (restaurant Plat du Jour in Hamburg) en Patrice Hardy van het Franse sterrestaurant La Truffe Noir maken er samen een feestje van. De schol smaakt naar meer...</p>

<p>(Bron: Visserijnieuws)</p>

<p> </p>

<p> </p>

<p>UTRECHT – Aanvoer en handel: een duurzame relatie? Het vraagteken had het Productschap Vis zelf achter het thema gezet van de zaterdag in Boerderij Mereveld georganiseerde discussiebijeenkomst. Maar wat voorzitter Doeke Faber van het PVis betreft wordt het vraagteken veranderd in een uitroepteken en gaan vissers de klanten van de kopers leren kennen. Zover is het nog (lang) niet. Sleutelwoorden zijn: Hoeveel vertrouwen we elkaar, wat gunnen we elkaar, hoe transparant durven ketenpartners te zijn?</p>

<hr id="system-readmore" />

<p> </p>

<p>Hier en daar ontstaan samenwerkingsverbanden. Als voorbeeld kunnen de Ekofish Group en NorthSeafood in Urk genoemd worden. Niet alleen zijn er contractafspraken over afname van een deel van de vangst, er wordt ook samengewerkt op het terrein van innovatie. Zoals bijvoorbeeld in de ontwikkeling van ´trendy schol´, waarvoor samen subsidie is verkregen via het Visserij Innovatie Platform.</p>

<p>Over het algemeen kan de relatie tussen aanvoer en handel getypeerd worden als een haat-liefdeverhouding. De partijen zijn immers onlosmakelijk aan elkaar verbonden, maar de meningen over optimale prijsvorming en verbeteringen in de keten zijn vaak verschillend. Het besef begint evenwel te groeien dat samenwerking voordelen voor beide partijen kan hebben. Ondernemers moeten het echter wel zelf willen.</p>

<p>De communicatie is matig, maar de wil tot meer wederzijds contact tussen aanvoer en handel is er zeker, zo bleek vorig najaar op de nationale Kennis-kringendag. Meer afstemming, meer inzicht in ieders werkzaamheden, kennis delen en bij elkaar in de keuken mogen kijken bleken op het verlanglijstje te staan. Samenwerking is noodzakelijk, herhaalde Kees Taal van het LEI, want individueel zijn bedrijven te klein.</p>

<p>De praktijk is evenwel weerbarstiger dan de theorie, zo bleek ook zaterdag op de discussiedag voor de ketenpartners in de vis. Op de vraag of meer kennisuitwisseling leidt tot een sterkere sector, antwoordde 96 procent van de aanwezigen via een stemkastje bevestigend. In groepjes werd  daarna verder gesproken over de vraag: Op welke manier dan?</p>

<p>In de verslaglegging vertelde directeur Louwe de Boer van de Ekofish Group dat de handel vindt dat ze veel te weinig informatie van de vloot krijgt over de verwachte aanvoer. Treffend voorbeeld was dat in de stormachtige week 36 met veel stilliggers de Urker afslag op donderdag zich afvroeg wat er vrijdag te verwachten viel en al de hoop uitsprak dat betere prijsvorming minder aanbod zou compenseren. Maar vrijdag 9 september werden er tot stomme verbazing nota bene dik 11.000 kisten in de markt neergezet. De Boer gaf aan dat de medaille evenwel ook een andere kant heeft: Wanneer durft de handel het aan om informatie prijs te geven over de vraag? Het is allemaal terug te herleiden tot vragen als: hoeveel vertrouwen we elkaar, hoeveel gunnen we elkaar, hoe transparant durf je te zijn?</p>

<p>Dat samen willen praten nog iets anders is dan samen willen handelen, bleek ook uit de vraag van VisNed-directeur Pim Visser aan de in de Visfederatie verenigde nationale handel. Visser bracht het tariefcontingent voor scholalternatieven te berde waardoor deze aanzienlijk goedkoper kunnen worden geïmporteerd. Bleker is bereid om zich in Brussel in te zetten om daar een eind aan te maken, op voorwaarde dat de vishandel daar ook voorstander van is. Zou de Visfederatie dat willen overwegen? Maar Visser kreeg zaterdag van Kees Koffeman als vice-voorzitter van de Visfederatie niet eens antwoord. Dat wil zeggen dat Koffeman reageerde dat het geen zin heeft om je als aanvoerder te verzetten tegen massale import van pangasius. Maar daar ging het Visser totaal niet om. Hij vindt panga zelfs een goede ´opstapvis´ voor nieuwe consumenten. Het gaat puur om alternatieven die in Europa nota bene als schol verkocht worden. Discussieleider Maarten Mens van het Productschap Vis wenste bij dit blijkbaar gevoelige onderwerp ook niet verder stil te staan.</p>

<p>Kennis is nodig om passie te laten proeven, zei Caroline Makkus van INZee Communicatie &amp; Trends. Dat riep bij Vissersbondvoorzitter Johan Nooitgedagt wel de vraag op hoe dat dan werkt als meer dan tachtig procent van de Nederlandse vangst over de grenzen verkocht wordt. De ervaring van directeur Lubbert Schenk van NorthSeafood is dat het helemaal niet gaat om emotie. ,,Het gaat om de portemonnee!´´</p>

<p>Een opvallend verschil kwam tot uiting bij de stelling: ´Visser moet zelf initiatief nemen om Noordzeevis te promoten´. Ja, antwoordde 71 procent van de aanwezige vissers. Nee, reageerde 64 procent van de handelsvertegenwoordigers. Dat vroeg om uitleg. Van handelszijde werd benadrukt dat ieder in de schakel zijn eigen functie heeft, en dat promotie wel op een goede wijze via een professionele organisatie dient te geschieden. Met nadruk werd gewezen op promotie via merken als Findus en Iglo.</p>

<p>NSFC</p>

<p>Projectmanager Thomas Plakké van het North Sea Fish Center gaf als fooddeskundige een voorbeeld uit de varkenswereld, waarbij een coöperatie van vier varkenshouders in de Van de Heydehoeve een omslag hebben gemaakt. De concurrentie met het buitenland op prijs houdt niet stand, en daarom is er een omslag gemaakt naar diervriendelijk zonder hormoongebruik en onderscheidende smaak. Bovendien wordt er elektriciteit en biogas geproduceerd. Retailers kijken over de hoofden van de handel wel degelijk naar de producent, maar zaken worden gedaan met de groothandel. En dus werkt Van de Heydehoeve samen met die groothandel. Kan de viswereld daar iets van leren? Ook in de vis concurreren exporteurs vooral op prijs, weet Plakké.</p>

<p>Niet zonder reden heeft het NSFC – een samenwerking uit de hele keten – voor Noordzeeschol een keurmerk ontwikkeld. Daarin wordt gefocust op moderne consumententrends: duurzaam, puur en (h)eerlijk, met als doel nieuwe consumenten te trekken voor een stijgend scholaanbod. Het keurmerk wordt dit jaar geïntroduceerd in Italië, Frankrijk (Carrefour), Zweden en in Nederland. Met FoodAtelier wordt een scholburger ontwikkeld als lunchmaaltijd (geproduceerd door NorthSeafood). Met Bureau van Sintnicolaas wordt gewerkt aan een kidsconcept: een dubbelgevouwen scholfilet met groentevulling.</p>

<p>Peter Frans Koelewijn van FishPartners diende zware kost op. Zo zwaar, dat discussieleider Maarten Mens zich even afvroeg of er nog wel hoop is. Meer dan ooit is volgens Koelewijn nodig dat aanvoer en handel de handen inéén slaan en ketenverkorting nastreven. Zo niet dan volgt volgens de Spakenburger een ´reis naar de kelder´. Koelewijn liet zien dat bij de bedrijven van FishPartners twintig jaar terug nog 60 procent van de vis uit Nederlandse aanvoer kwam en nu nog niet eens 5 procent. Een prikkelende vraag stelde Koelewijn over de aanvoer in de kuitzieke periode van schol: kan het niet anders of willen we niet anders? Discussie ontstond over de opmerking van Koelewijn dat (schol)aanvoerders beter minder konden aanvoeren om zo schaarste te creëren. Vanuit de Urker handel kwam de geruststellende opmerking dat de vraag naar schol weer stijgt, maar dat is dan wel dankzij de stabiele lage prijsvorming van de afgelopen paar jaar.</p>

<p>Uit de anonimiteit</p>

<p>Als ´laatste obstakel naar de borrel´ gaf Frank van Mill van Decorum Company een voorbeeld van samenwerking van kamer- en tuinplantenkwekers. 47 producenten hebben een eigen marketingkantoor opgericht om hun planten uit de anonimiteit te halen. Maar heel belangrijk: bij elke stap die wordt gezet, wordt samenwerking met de reguliere handel gezocht. Enkele tips aan de vissector: onderscheid je van de buitenlandse concurrentie, voorkom uitwisselbaarheid op de markt, ontwikkel een eigen handelsmerk voor topkwaliteit en werk samen aan een gesloten keten. Doet dat niet denken aan het NSFC?</p>

<p><em>(Bron: Visserijnieuws)</em></p>

<p> </p>

 
  • DNA-analyse: Noordzeeschol snel te herkennen

    Noordzeeschol is in het laboratorium snel te herkennen, ook als deze onthuid en gefileerd is en met importvis gemengd is. Aldus het onderzoeksinstituut RIKILT, dat in opdracht van het North Sea Fish Center methoden onderzocht om de authenticiteit van Noordzeevis vast te stellen.

    Lees meer...  
  • Uitnodiging Eindpresentatie DNA project

    Het North Sea Fish Center is drie jaar geleden een project gestart met Rikilt/Imares om methoden te ontwikkelen waarmee de authenticiteit van Noordzeevissoorten kan worden vastgesteld (soort, geografische oorsprong, en indien van toepassing productiewijze). Stichting De Noordzee was ook partner in dit project. De ontwikkeling richtte zich vooral op schol uit de Noordzee en de Atlantische Oceaan, en op goedkopere en minder duurzame vissen zoals schar, bot, yellowfin, rocksole. Daarnaast is ook een vergelijking gemaakt tussen kweek en wildgevangen tarbot.

    Lees meer...  
  • Aangemelde vissers Noordzee Marketingfonds NSFC

    Tot nu toe hebben de volgende aanvoerders zich ingeschreven voor het collectieve Noordzee Marketingfonds waarmee het NSFC een doorstart wil maken:

     

    Lees meer...